Tijdens je scheiding dienen alle vermogensbestanddelen in kaart te worden gebracht. Afhankelijk van het huwelijksgoederenregime, zoals huwelijkse voorwaarden of gemeenschap van goederen dienen de vermogensbestanddelen mogelijk te worden verdeeld. Bij vermogensbestanddelen kun je denken aan alles wat van waarde is. Voorbeelden zijn de woning, spaarrekeningen, de auto, de inboedel en de gezamenlijke verzekeringen.

Bij een scheiding dienen veel praktische zaken te worden geregeld, waaronder ook je woonsituatie en de financiën die daarmee samenhangen. Als je een eigen woning hebt, dient te worden bepaald of één van de partners in de woning blijft of dat de woning verkocht dient te worden en de opbrengst hiervan kan worden verdeeld. Ook kan het zijn dat de woning minder waard is dan de hypotheekschuld. Samen met de mediator moet dan gekeken worden wat het meest verstandige scenario is.

Om dit te bepalen zul je samen met je mediator en de hypotheekadviseur de financiële zaken in kaart brengen. Hierdoor krijg je inzichtelijk wat je inkomen zal zijn na de scheiding en of de hypotheek van de woning hiermee te betalen is.

Als de financiële zaken inzichtelijk zijn kun je bij een bank of verzekeraar of via een tussenpersoon de hypotheek op jouw naam zetten of een nieuwe hypotheek afsluiten.

Indien jij en je partner niet in de woning willen blijven wonen, kan deze verkocht worden. Hierbij kun je de woning via een makelaar te koop aanbieden. Bij een huurwoning speelt tevens de vraag wie er in de huurwoning mag blijven wonen.
Als jij of je partner besluit in het eigen huis te blijven wonen, zal de ander uitgekocht moeten worden. Hiervoor zal door middel van een onafhankelijke taxatie de waarde worden bepaald of volgens de WOZ waardering, om tevens discussie over deze waarde te voorkomen. Een mogelijke overwaarde of restantschuld zijn hierbij mede bepalend voor de hoogte van de uitkoopsom.

Met de verdeling van je inboedel wordt gekeken naar wat is vastgelegd bij een geregistreerd partnerschap, of dat je bent getrouwd in gemeenschap van goederen of op grond van huwelijkse voorwaarden. De daarmee samenhangende afspraken zullen namelijk voor een groot deel bepalend zijn hoe de verdeling van de inboedel plaats zal vinden.

Onze mediator helpt je bij het verdelen van deze zaken en kan aan jou aangeven waar je rekening mee dient te houden.

In de tijd dat je met je partner bent geweest heb je wellicht één of meerdere verzekeringen afgesloten. Sommige van deze verzekeringen vertegenwoordigen een bepaalde waarde, wat daarmee onderdeel uitmaakt van de verdeling. Hierbij kun je denken aan levensverzekeringen, lijfrentepolissen of kapitaalverzekeringen. Eventueel is een afkoop mogelijk, waarbij rekening gehouden moet worden met belastingen en/of kosten.

Daarnaast zijn er nog verzekeringen die opgezegd of aangepast moeten worden. Voorbeelden zijn een inboedelverzekering, opstalverzekering, zorgverzekering en aansprakelijkheidsverzekeringen. Sommige verzekeringen kun je eenvoudig bij een verhuizing opzeggen of wijzigen en daarmee op één naam zetten.

Pensioen

Als u en uw partner uit elkaar gaan, zal in de meeste gevallen het door ieder opgebouwde pensioen worden verdeeld. Dit geldt overigens alleen als u óf getrouwd bent óf geregistreerd partnerschap heeft. U verdeelt ook alleen het pensioen dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd. Dat is beschreven in de Wet verevening pensioenrechten. In principe krijgt u de helft van de in de huwelijksperiode opgebouwde pensioenrechten van uzelf en van uw partner.

Wat moet u regelen om het pensioen te verdelen?
Na de scheiding moet aan het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar, waar u en uw ex-partner pensioen opbouwen of hebben opgebouwd, de scheiding worden gemeld. Deze melding kunnen wij voor u verzorgen door het opsturen van de door u in te vullen formulieren naar de betrokken pensioenuitvoerders.